Dagen hebben een eigen karakter. Dat weet je, de ene dag zit alles mee en de andere dag een beetje of helemaal niet. Elke dag heeft/had zijn eigen dynamiek. De dagen spelen met je. Je staat ‘s morgens op en je hebt anderhalf uur langer geslapen dan je wilde. Lekker natuurlijk dat uitslapen, maar de dag begint later. Je maakt iets klaar wat voor een ontbijt moet doorgaan. Je zit net lekker de krant te lezen als de bel gaat: Koffievisite. Hoe laat? ‘Ik sta voor de deur’. Balen, want jij zit nog in de pyjama. Ook de visite was geen succes want zeuren, klagen en nuilen. Blij toen het voorbij was.
‘s Middags een eindje gaan lopen in de hoop iemand tegen te komen die wel iets zinnigs te zeggen had. Niet dus, niemand tegengekomen. De dag speelt met je én houd je voor de gek. ‘s Avonds moest ik nog weg dus niet moeilijk doen met het eten. Gewoon piepers, groente, vlees. Weinig afwas ook, drie pannen, een bord en wat bestek. Bijtijds eten is ook bijtijds klaar en even uitbuiken. En een dutje doen dus.
Je schrikt wakker en je moet gelijk gaan want je wil niet dat de collega’s op je moeten wachten. Je bent toch nog iets te vroeg want er is nog niemand. Geduldig wachten en kijken naar de klok die het afgesproken tijdstip passeert. Onrustig geworden check je de mobiel op je afspraken. Rund! De redactievergadering is pas volgende week! Je zit voor schut, de dag is compleet met je aan de haal gegaan. Flutdag, niks meer en niks minder. Tijd voor een borrel.






