Nou, daar zit je dan. Het tijdstip was al ongelukkig, zo laat in de middag, en je was er al op voorbereid dat de afgesproken tijd ruimschoots overschreden zou worden. Je zit in de wachtkamer bij de dokter. Het ziekenhuis is een bedrijvige mierenhoop; alles loopt ogenschijnlijk door elkaar en iedereen moet wel ergens zijn. Als je maar lang genoeg moet wachten, zie je toch een patroon in al dat geloop en gehol.
Nee, dan de wachtenden. De meesten zitten tegels te tellen of kijken kritisch naar de inrichting. Waar komen al die kleuren vandaan? Kale tafels, niets te lezen, plastic stoeltjes en een ongemakkelijke bank met een te rechte rugleuning. Systeemplafond en harde verlichting. Ongezellig om mensen te ontvangen, dan wel te laten wachten.
Uit verveling liep ook de spanning op. Zelf had ik een boek meegenomen om de tijd te doden. Er kwam een verpleegkundige om te sussen; het was allemaal een beetje uitgelopen en neem gerust nog een beker koffie. Kartonnen bekertje, lepeltjes op en de koffie niet lekker. Sommigen zitten zenuwachtig patiënt te wezen of lopen rusteloos op en neer. Anderen maken woorden met hun begeleider, maar ook zie je mensen liefdevol met elkaar wachten op de dingen die komen gaan. Een soort van berusting misschien.
De lucht in sommige wachtkamers bereidt je al voor op de behandeling en daar word je ook niet vrolijker van. De koffieautomaat brengt uitkomst en maakt overuren, totdat de verpleegkundige jouw naam afroept. Opluchting en toenemende spanning vechten om voorrang in je gemoed. Eindelijk gebeurt er iets aan waar je voor gekomen bent, hoop je. Op bezoek bij de specialist, het kan beter.






