Op een frisse, zonnige dag besloot ik om een stukje te gaan fietsen door de Ooypolder. Ik fietste langs het meertje waar de koeien zich te goed lopen te doen aan het verse gras van het seizoen, en alles wat daar verder nog bij hoort. Opeens zag ik een uit een boom gevallen vogeltje op de weg liggen. Ik stapte af en keek eens goed. Het vogeltje leefde maar is even van de wereld. Hulp was hier geboden, maar ik kon het vogeltje niet meenemen. Ik keek rond en besloot het vogeltje in een verse koeienvlaai te stoppen. De koe zal het niet erg vinden en het vogeltje zit daar lekker warm totdat ik terugkom om hem verder te verzorgen. Met een goed gevoel ga ik verder om mijn rondje te fietsen, ik voelde me een echte dierenvriend. Na een uurtje wordt het vogeltje wakker, voelt zich behaaglijk in de warme koeienvlaai en begint spontaan te fluiten. Op dat moment komt er een vos langsgeslopen en – slim als hij is – denkt hij ‘stront kan niet fluiten’. De vos speurt in het rond en vindt het vogeltje, zet zijn weerzin van koeienstront opzij, want hij heeft honger, en peuzelt het vogeltje op. Arm vogeltje, de natuur is keihard, maar toch, je kunt uit dit voorval drie lessen of eigenlijk drie moralen trekken.
Ten eerste: duw nooit iemand in de shit om hem te helpen!
Ten tweede: degene die je uit de shit haalt, is misschien niet je redder!
Ten derde: als je in de shit zit, nooit fluiten!
Het blijft opletten geblazen met wat er aan je voorbijkomt.





